De geschiedenis van Schellinkhout, periode 1886 - 1890.

De tijdlijn van Schellinkhout van 1886 tot en met 1890.

1886
29 januari: In Amerika wordt een onderafdeling van het Rundvee Stamboek Noord-Holland opgericht en zo worden voorzitter K. Tensen Pz. en vice-voorzitter F. Bakker nu ook respectievelijk "president" en "vice-president" genoemd. Er zijn in september al 542 leden. In het stamboek staan dan 307 stieren en 2451 koeien geregistreerd. Het stamboek maakt een stormachtige ontwikkeling door.

1887
Het Rundvee Stamboek Noord-Holland telt inmiddels 36 Amerikaanse leden. Er wordt veel rundvee geëxporteerd naar Amerika.

Tot dominee wordt benoemd E.J. van de Roemer. Hij komt uit Purmerland.

Onderwijzer Pieter Ton is 41 jaren werkzaam in het Schellinkhouter onderwijs en vertrekt dan naar Wognum, waar hij gemeentesecretaris wordt. Hij is de laatste persoon, die de functies van schoolmeester, koster en voorzanger combineert.
Zijn opvolger als schoolhoofd wordt Willem Seigers geboren op 17 december 1861 te Hellendoorn en overleden te Driebergen op 4 mei 1945. Seigers wordt door de kerkeraad nog wel tot voorzanger benoemd, maar in de functie van koster wordt de veldwachter Pieter Koomen aangesteld.

Een voorzanger dient het voortouw te nemen bij de gemeentezang en geeft de toon aan. Vanaf de reformatie is een orgel in de kerk volstrekt taboe. Hervormers als Calvijn en Zwingli hebben daar een uitgesproken opvatting over en dat betekent ondermeer absoluut geen muziek in de kerk. De psalmen worden zonder begeleiding gezongen en de functie van voorzanger doet zijn intrede. Zoals in die tijd gebruikelijk wordt deze functie gecombineerd met die van koster en schoolmeester. Tot ver in de 18e eeuw geven voorzangers leiding aan de gemeentezang.
In de loop van de 17e eeuw gaan er steeds meer stemmen op om te komen tot invoering van orgelbegeleiding bij de samenzang. In 1638 bepaalt de Synode van Dordrecht dat de kerkbesturen zelf mogen beslissen. De belangrijkste reden hiervoor is dat het zingen chaotisch verloopt. Er wordt geschreeuwd, de gemeentezang wordt ervaren als een onstichtelijk vertoning. Zo wordt langzamerhand overgegaan tot invoering van het orgelgebruik, overigens eerst uitsluitend in de stadskerken. Daar bevinden zich reeds orgels vanuit de oorspronkelijke rooms-katholieke functie, dan wel worden nieuwe orgels gebouwd, waarbij de Hollandse steden tegen elkaar opbieden.
Nieuwe orgels zijn duur en bekwame organisten zijn niet overal voorhanden. Daarom komt het orgelgebruik in de dorpskerken pas later, dat wil zeggen in de 18e eeuw, op gang. Gemeentezang na de reformatie betekent psalmen zingen. Aanvankelijk ritmisch zoals wij dat nu kennen. Naderhand komt echter het niet-ritmisch gezang in zwang. De psalmvertaling (Datheen) vanuit het Frans naar het Nederlands geeft de zogeheten lange noten niet meer weer met de juiste tekstaccenten. Het ritme klopt niet meer. Zo ontstaat het niet-ritmische zingen, met tevens het effect van een steeds langzamer tempo. Zelfs zo langzaam dat in de loop van de 18e eeuw tussenspelen tussen de psalmregels verschijnen. De gemeente kan dan even op adem komen. De voorzanger in Schellinkhout zal steeds meer moeite hebben gehad om het zingen in goede banen te leiden.
In 1872 schenkt Grietje Kok een orgel aan de kerk (zie 1872). Curieus is dat de voorzanger nog een aantal jaren in functie blijft. Nog in 1887 wordt schoolmeester Willem Seigers tevens tot voorzanger benoemd (zie hierboven). Men wenst het kennelijk nog even aan te zien.

1888
Op 14 januari wordt de gymnastiekvereniging "Gezondheid en Kracht" opgericht. De oprichting wordt goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 12 april 1889, nr. 71.

1890
Mechanisatie in de landbouw:
Er zijn 2 hooischudders met paardenkracht en 9 paardenhooiharken.

Aantal inwoners 539, te weten 261 mannen en 278 vrouwen.

De boerderij van de familie Ham wordt gebouwd. Op de plaats waar de nieuwe stolp komt te staan, moet eerst een oud huisje worden gesloopt waar Grietje Kok heeft gewoond.
             
Foto 1: De boerderij van de familie Ham, Dorpsweg 75 (foto 1927).
Op de derde foto zijn schilder Jan Breebaart en zijn knecht Jo Schuts bezig het prachtige houten toegangshek te beschilderen met een marmermotief. Als het hek in de loop der tijd te smal en te laag wordt voor de hoge hooiwagens wordt het geschonken aan het openluchtmuseum in Arnhem.
Twee (metalen) koeien en een (metalen) tulpversiering maken deel uit van het houten hek, maar blijven bewaard voor het nieuwe ijzeren hek.
De gevelsteen is in de zuidmuur geplaatst.
De laatste foto is een afbeelding van de boerderij van de familie Ham, die zich bevindt in het bovenlicht van de voordeur van perceel Dorpsweg 100.

(Zie 1872, 1955, 1963, 1975 en 2005).

naar begin van deze pagina
naar de eerstvolgende periode
terug naar de basispagina

 G. Kazimier.

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op (maand / dag / jaar / tijdstip) :